Woningcorporaties nemen voortouw voor regionale denktank
Gemeenten stemmen hun beleid niet snel genoeg af op de verwachte bevolkingskrimp. En ook kijken ze daarbij niet breed genoeg. Dat vinden de corporaties Woningstichting Dinteloord, Stadlander en Woningstichting Woensdrecht, die een omslag in het denken willen bewerkstelligen. ,,Uiteindelijk zal de politiek zich moeten schikken in de wens vanuit de maatschappij'', stelde directeur Noud Smulders van de Dinteloordse corporatie woensdag op een symposium gewijd aan deze problematiek.
In het rapport 'Visie op wonen en leven in West-Brabant en Tholen 2025', dat de corporaties bijna twee jaar geleden presenteerden, wordt voor de gemeente Steenbergen een afname van de bevolking genoemd met zo'n 400 tot 1525 inwoners (afhankelijk van het gekozen scenario) in de periode 2008-2020. Het aantal inwoners onder de 25 jaar zal tot 2030 teruglopen. Na 2020 zal ook het aantal huishoudens afnemen. Dat laatste is direct van invloed op het benodigde aantal woningen.
Aanleiding voor de visie was, legde Smulders uit, de vele en omvangrijke woningbouwplannen die de gemeenten in de regio (Steenbergen, Bergen op Zoom, Woensdrecht en Tholen) op stapel hadden staan en waar duidelijk een expansiegedachte aan ten grondslag lag. ,,Ze kwamen neer op een kleine tienduizend woningen. Maar waar moesten alle 'klanten' vandaan komen?'' Temeer gezien de bevolkingsprognoses, die een afname lieten zien. Die bevolkingskrimp heeft niet alleen gevolgen voor de woningbouw, maar ook voor bijvoorbeeld winkelvoorzieningen en sportfaciliteiten. Mocht de woningbehoefte kleiner worden dan het aanbod, dan is een daling van de huizenprijzen het gevolg, waardoor woningeigenaren in feite geconfronteerd worden met een stuk kapitaalvernietiging. ,,Het probleem is complex. Het raakt ook de koopwoningensector, het onderwijs en de zorginstellingen.''
Regionaal afstemmen
De krimp is, zei Smulders, een maatschappelijke ontwikkeling met verregaande gevolgen. Het is daarom dat de corporaties een visie op krimp dominanter op de agenda willen dan nu het geval is. En daarbij moeten alle partijen samenwerken. Gemeenten moeten niet langer aan hun eigen plannen vasthouden, maar die in regionaal verband afstemmen. Smulders: ,,Het moet een gemeenschappelijke agenda worden. Wij als corporaties vinden dat gemeenten niet snel genoeg en niet breed genoeg met de problematiek aan de gang gaan.'' Hij bood aan, komend najaar opnieuw een bijeenkomst rond dit thema te beleggen. Daar zou een regionale denktank opgericht moeten worden, en daarnaast een rondetafelgesprek moeten plaatsvinden met geïnteresseerden uit de verschillende doelgroepen. ,,Wij als woningcorporaties leggen de lat hoog.'' Smulders' collega van Stadlander, Ton Ringersma, waarschuwde de gemeenten alvast: ,,Het dreigement van een gemeentelijke herindeling trok Zuid-Limburg een aantal jaren geleden over de streep om beleid af te stemmen op de krimp. Als u zich hier niet organiseert, dan wórdt u georganiseerd.''
Smulders stelde aan het einde van de bijeenkomst vast dat de vier betrokken gemeenten bruisende ambities hebben, dat wijk- en dorpsraden roepen om leefbaarheid, scholen in omvang kleiner worden, de koopwoningenmarkt onder druk staat, de zorgsector voor een complexe opgave staat en de beschikbare middelen minder worden.
Het symposium, in de theaterzaal van De Sprenge op het landgoed Vrederust, trok een honderdvijftig belangstellenden: gemeentebestuurders en -ambtenaren, bestuurders en medewerkers van woningcorporaties, vertegenwoordigers van huurdersbelangenverenigingen en dorps- of wijkraden, van zorginstellingen, winkeliers- en ondernemersverenigingen, en mensen uit de onroerend goedwereld. ,,We waren aangenaam verrast door het aantal aanmeldingen'', zei Smulders, die ook positieve geluiden hoorde tijdens de discussie.
Planoloog
De Steenbergse wethouder Cor van Geel lijkt de problematiek te onderkennen, hoewel er in zijn gemeente de nodige nieuwbouwplannen liggen. ,,Elke gemeente in de regio heeft voor zichzelf de lijnen uitgezet. Maar houd je daaraan vast, dan komen de problemen. Laten we hopen dat de gemeenten er toe komen om samen een beleid af te spreken.'' Van Geel gaf aan dat de samenwerking in de Regio West-Brabant, een nieuwe gemeenschappelijke regeling van achttien Brabantse gemeenten en het Zeeuwse Tholen, nog in een pril stadium verkeert. Het Thoolse gemeenteraadslid Henk Nieuwenhuis erkende dat de bevolkingskrimp in het regionaal overleg niet echt een leidend thema is.
Smulders zei dat de regio afspraken zou moeten maken om de bedreigingen van de krimp te keren en de kansen te grijpen. Een vertegenwoordiger van een huurdersvereniging leek het zinnig om een kenniscentrum op te richten op het gebied van de krimp. Hij kreeg bijval van een Thoolse gemeenteambtenaar. Een adviseur die voor de Regio West-Brabant werkt, zag niet zoveel in een kenniscentrum. Wel gaf hij aan, dat de Regio de regie zou kunnen voeren op dit terrein. Maar hij plaatste vraagtekens: ,,We richten ons op het verschijnsel krimp. Maar óf het komt, zal moeten blijken. Het Centraal Planbureau geeft vier scenario's met een bandbreedte van dertig procent.'' Tiny Rompen, één van de inleiders, reageerde dat in andere steden is gebleken dat niemand durft dóór te pakken wat het beleid ten aanzien van krimp betreft. Gaat het erom wie het voortouw zou moeten nemen, dan kan er ook naar de provincie worden gekeken. ,,Maar vaak ligt dat gevoelig'', zei Rompen. Het Bergse gemeenteraadslid Van der Kallen was niet optimistisch: ,,Politici willen wel nadenken, als ze dat al kunnen, maar willen er vervolgens niks mee doen!'' Hij vond de nieuwe regio een veel te vrijblijvende samenwerking. Veel vrijblijvender dan het voormalige streekgewest. De situatie die zich nu voordoet, is volgens hem al in 1995 door de planoloog Bierman voorspeld. Van der Kallen heeft tegen de grootse bouwplannen in zijn eigen gemeente gestemd, zei hij.
Belemmerende factor
Ook een Woensdrechts gemeenteraadslid stelde dat er nog heel wat moet gebeuren binnen de regio om tot een samenwerking te komen. ,,En gebeurt dat niet, dan komen we nooit vooruit.'' Een andere aanwezige benadrukte dat er, gezien de wisselingen in gemeentebesturen door de jaren, ambtelijk goed aan de uitgangspunten vastgehouden moet worden. ,,Dan komt de kanteling vanzelf.''
Adrie de Bruijn van Dinteloord Winkeloord werd niet vrolijk van de geluiden die hij van de politici over de krimp hoorde. ,,Als het individu het probleem al niet wil inzien, wordt dat een grote belemmerende factor.'' Maar uiteindelijk zal de politiek zich moeten schikken, zei Smulders.
Westbrabander 30 maart 2011
